De Historie

Terug in de geschiedenis van Indonesische excellente biologische koffie vanaf 1696 tot heden!

Voor het eerst werd in 1696 op de Gordel van Smaragd (Multatuli) – “Nederlands-Indië” genoemd – een biologische koffieplantage verbouwd. Burgemeester van Amsterdam Nicolaes Witsen, bewindvoerder van de VOC in 1693, gaf de Nederlandse commandant Adriaan van Ommen, gezaghebber in Malabar, de opdracht om Arabica-koffiezaadjes mee te nemen uit Malabar, Malabarkust of de Peperkust in het zuidwesten van India naar zijn collega van de Nederlandse maatschappij “Verenigde Oost-Indische Compagnie” (VOC), opgericht op 20 maart 1602, een belangrijke handelsmaatschappij die actief was in Azië, en plantte deze op de Kedawung-gebied, een plantage dicht bij Batavia (het latere Jakarta). Helaas mislukte de groei van het eerste zaadje vanwege een aardbeving en overstromingsramp die plaatsvonden op de Kedawung-plantage. Deze natuurramp had een negatieve invloed op de eerste poging om koffie te verbouwen in Nederlands-Indië. Ondanks deze tegenslagen werden er later succesvolle biologische koffieplantages opgericht in andere delen van Indonesië, zoals in de regio’s West-Java. De koffie-industrie groeide uiteindelijk uit tot een belangrijk onderdeel van de koloniale economie van Nederlands-Indië en droeg bij aan de ontwikkeling van de koffiehandel in de regio.

Cup of Java

Onder leiding van Hendrick Zwaardecroon, voormalig gouverneur-generaal van de Verenigde Oost-Indische Compagnie, voerde de Nederlandse overheid in 1699 een tweede aanplant uit door stekken van koffiebomen uit Malabar naar Java te halen, wat succesvol was. Hendrick Zwaardecroon, de twintigste gouverneur-generaal “vertegenwoordiger van de Koning” van Nederlands-Indië, regeerde tussen 1718-1725. Samen met Joan van Hoorn en Cornelis Chastelein, prominente VOC-kooplieden, probeerde Zwaardecroon in 1699 koffie te verbouwen in Batavia, het tegenwoordige Jakarta. De geproduceerde koffie was van zo’n goede kwaliteit dat het werd gebruikt als Arabica-koffiezaden voor alle plantages die in Indonesië werden ontwikkeld. De eerste poging werd gedaan in het Kedawung-gebied, een plantage dichtbij Batavia.

Hortus Botanicus Amsterdam

In 1706 werden de Arabica-koffiezaden die door Nicolaes Witsen waren aangeleverd en die aan de oever van de Ciliwung langzaam groeiden, zoals Kampung Melaya en Jatinegara, naar de Hortus Medicus, de ‘Botanische Tuinen’, in Amsterdam gestuurd

De Hortus Botanicus Amsterdam, opgericht door het stadsbestuur van Amsterdam in 1638, was een belangrijk centrum voor onderzoek en ontwikkeling van geneeskrachtige planten en kruiden. Destijds was het een van de oudste botanische tuinen ter wereld en speelde het een cruciale rol bij het verspreiden van kennis over planten en kruiden.

Een van de interessante planten die in de Hortus Botanicus werd gekweekt, waren koffiezaden van Nicolaes Witsen. Wetenschappers en botanici konden deze zaden planten en verzorgen in de Hortus Medicus, de medicinale tuin van de Hortus Botanicus. Door dit te doen, konden ze de eigenschappen en groei van de koffieplanten bestuderen en nieuwe technieken ontwikkelen voor het verbouwen en oogsten van koffie.

Het resultaat van deze inspanningen was inderdaad dat de koffie die uit Java kwam van goede kwaliteit was en in de hooglanden moest worden verbouwd vanwege de kwetsbaarheid van deze koffieplant door verschillende insektenplagen en pathogenen. De Hortus Botanicus Amsterdam leverde dus een belangrijke bijdrage aan het begrip van koffieplanten en de verbetering van de kwaliteit van koffieproductie in die tijd.

Grootschalige koffie-exportproduct van start

De geschiedenis van de grootschalige koffieproductie op Java begon in 1707 toen gouverneur-generaal Joan van Hoorn besloot om koffieplantages van Arabica-koffiezaden op advies van Hortus Medicus te ontwikkelen in de hooglanden van West-Java. Deze gebeurtenis werd beschouwd als de start van de koffieproductie in Nederlands-Indië, die later zou uitgroeien tot een belangrijke economische sector voor het land. De Arabica-koffiezaden werden geplant in de vruchtbare vulkanische grond van de Preanger-regio.

Van de vijf regenten in de regio was alleen de legendarische regent van Cianjur, Raden Adipati Wira Tanu Datar VI, bereid om mee te werken aan het plan. Raden Adipati Wira Tanu Datar VI stond bekend als een legendarische regent vanwege zijn bijdragen aan de ontwikkeling van de regio en zijn langdurige regeerperiode van ongeveer 37 jaar. Onder zijn leiding bloeide de koffieproductie in de regio en groeide Java uit tot een belangrijke koffieproducent. De Java-koffie staat nog steeds bekend om zijn unieke smaakprofiel en wordt gewaardeerd door koffieliefhebbers over de hele wereld.

Na een succesvolle groei, stichtten de Nederlanders in 1750 de eerste biologische koffieplantages in het Preangergebied van West-Java. Gedurende verschillende periodes breidde de koffieproductie zich uiteindelijk uit naar andere eilanden in de koloniale geschiedenis van Indonesië. Tijdens deze uitbreiding breidde de Nederlandse overheid haar biologische Arabica-koffieplantages niet alleen uit naar bijna heel Java, maar ook naar Sumatra, Bali, Sulawesi, Timor en andere eilanden van Indonesië. Indonesië staat bekend als een van de beste koffieproducerende landen ter wereld. Koffie is sinds de oudheid een drank die door alle lagen van de bevolking wordt geconsumeerd, ongeacht de sociaal-economische achtergrond. In de westerse wereld staat de term ‘Cup of Java‘ bekend als een kopje koffie afkomstig van het eiland Java. Het Preangergebied is bij uitstek geschikt voor de ontwikkeling van biologische koffieplantages in Indonesië.

Kopi  Jawa

Javaanse koffie, “Kopi Jawa“, is een traditionele koffievariëteit, geproduceerd op het eiland Java en staat bekend om zijn unieke smaakprofiel. Javaanse koffiebonen hebben niet dezelfde vorm als koffiebonen van Sumatra en Sulawesi. De koffiebonen zijn vaak groot van formaat en hebben een milde zuurgraad, waardoor ze een zachte en aardse smaak hebben. Jampit en Blawan (oudbruin genoemd) zijn twee van de meest bekende Javaanse koffiesoorten en worden vaak geprezen om hun subtiel kruidige aroma. De bodemgesteldheid, luchttemperatuur, het weer en de luchtvochtigheid spelen allemaal een belangrijke rol in de smaakontwikkeling van Javaanse koffie en worden vaak beschouwd als excellente koffieproducten. Jampit-koffie wordt vaak omschreven als zoet met een hint van chocolade, kruiden en soms zelfs bloemige tonen. Het is een gewaardeerde koffie onder koffieliefhebbers vanwege zijn rijke smaak en aroma. Blawan-koffie komt uit Oost-Java, deze koffie staat bekend om zijn uitgesproken smaak en wordt vaak omschreven als een aangename mix van kruidigheid, nootachtigheid en soms zelfs een vleugje zoet fruit.

De productie van Arabica Java-koffie vindt plaats op een berghoogte van 1.400 meter boven zeeniveau in het kratermeer van het Gunung Ijen-gebergte. Dit gebergte, een complex van stratovulkanen, bevindt zich op de grens van de regentschappen Banyuwangi en Bondowoso aan de oostkant van het eiland Java. Het Gunung Ijen-gebergte heeft een hoogte van 2.386 meter boven zeeniveau. De productie van Javaanse koffie begon in de 18e eeuw, toen Nederlandse kolonisten grote plantages oprichtten in de regio. Tegenwoordig wordt Javaanse koffie voornamelijk verbouwd door kleine boeren en coöperaties die zich richten op duurzame landbouwpraktijken en het behoud van de unieke smaakprofielen van de regio.

Ontdek de koffie revolutie van Javaanse plantages naar wereldwijde glorie

In 1711 werd de eerste koffie-export van ongeveer 400 kg (4 kwintaal) verscheept door de regent van ‘Cianjur’, Raden Adipati Wira Tanu Datar VI, in samenwerking met de Nederlandse handelsmaatschappij, de VOC, van Java naar Europa, met Amsterdam als bestemming. Deze export vestigde een veilingrecord in Amsterdam. Deze gebeurtenis wordt beschouwd als het begin van de koffiehandel tussen Java en Europa, die in de loop der jaren enorm zou groeien. De handel in koffie was in de 17e en 18e eeuw booming, waarbij er veel vraag was naar Javaanse koffieplanten en zaden om elders te kunnen verbouwen.

In 1714 ontving Koning Lodewijk XIV van Frankrijk een donatie van Arabica-koffieplanten met zaden van Coffea Arabica var. Arabica, afkomstig van het eiland Java, van de toenmalige burgemeester van Amsterdam. De koffie van Java genoot destijds een hoge reputatie en was zeer gewild op de veilingen in Amsterdam. Deze koffieplanten werden vervolgens verder verzorgd door Antoine de Jussieu, een Frans botanicus en arts. Koning Lodewijk XIV wenste dat deze koffievariëteiten zouden worden opgenomen in de Koninklijke Botanische Tuin Jardin des Plantes in Parijs. De tuin werd in 1635 opgericht door Koning Lodewijk XIII als medicinale kruidentuin voor de Faculteit Geneeskunde van de Universiteit van Parijs.

In 1720 werden koffieplanten voor het eerst geïntroduceerd op Martinique, een van de Franse koloniën in de Caraïben. Hoewel er geen direct bewijs is dat Gabriel Mathieu de Clieu, een marineofficier, persoonlijk betrokken was bij deze introductie, wordt gezegd dat hij de verspreiding van Javaanse Arabica-koffieplanten naar Martinique heeft aangemoedigd. Het verhaal gaat dat hij soldaten leidde om stiekem koffieplanten te stelen uit de Koninklijke Botanische Tuin Jardin des Plantes en ze naar Martinique te brengen.

Het succes van Gabriel Mathieu de Clieu bij het brengen van Javaanse Arabica-koffieplanten naar Martinique was opmerkelijk. De koffieteelt groeide goed in het gunstige klimaat van Martinique, waardoor er binnen slechts 50 jaar tijd ongeveer 18 miljoen koffiebomen van diverse variëteiten werden verbouwd. Deze koffieplanten droegen bij aan de diversiteit van koffiesoorten wereldwijd. Van daaruit verspreidde de koffieproductie zich in 1730 naar Jamaica.

In 1725 begonnen de Fransen met het verspreiden van koffieplanten over Frans-Guyana, wat destijds een Franse kolonie was. Dit markeert een belangrijk moment in de geschiedenis van de koffieproductie in Frans-Guyana en droeg bij aan de economische ontwikkeling van het gebied.

Surinaamse koffieplantages – Pioniers buiten traditionele regio’s

In de vroege jaren 1718 begonnen Nederlandse kolonisten in Suriname koffieplantages op te zetten, geïnspireerd door de hoge prijzen die koffie op de Europese markten opbracht. Aangezien koffie oorspronkelijk niet in Suriname groeide, werden koffiezaden uit Java naar Suriname gestuurd om daar te worden geplant. Deze plantages in Suriname waren een van de vroege pogingen om koffieproductie buiten de traditionele koffieregio’s te ontwikkelen.

Hoewel de Java-koffiezaden zich niet direct vanuit Suriname naar andere delen van Midden- en Zuid-Amerika verspreidden, droegen de Surinaamse plantages wel bij aan de verspreiding van kennis over koffieteelt en stimuleerden ze latere initiatieven elders. De ontwikkeling van de koffie-industrie in andere delen van Midden- en Zuid-Amerika was een complex proces dat werd beïnvloed door verschillende factoren, waaronder handelsroutes, migratie van koffieboeren en lokale omstandigheden.

Hoewel de Surinaamse koffieplantages op zichzelf geen directe aanleiding waren voor de verspreiding van koffie naar andere delen van de regio, markeren ze wel een belangrijk moment in de geschiedenis van de koffieproductie in Latijns-Amerika en droegen ze indirect bij aan de latere ontwikkeling van de koffie-industrie in de regio.

Brazilië’s Javaanse koffie-expeditie – Triomf van Palheta’s diplomatieke inspanningen…

In 1727 begon de regering van Brazilië maatregelen te nemen om de koffiemarkt in hun gebied te stabiliseren, aangezien koffie destijds nog steeds tegen hoge prijzen werd verkocht en alleen beschikbaar was voor de elite. Daarom stuurde de Braziliaanse regering een speciale agent, Luitenant-Kolonel Francisco de Melo Palheta, stiekem naar Frankrijk om enkele Javaanse Arabica-koffiezaailingen terug te brengen.

Tijdens een luxueus diner, gehouden in het prachtige paleis van de gouverneur van Frans-Guyana, slaagde Palheta erin via diplomatieke middelen Madame D’Orvilliers, de vrouw van de gouverneur, te overtuigen om hem Javaanse Arabica-koffiezaailingen te geven. Na een avond van gesprekken en lachen schonk ze hem een boeket bloemen, maar verstopt tussen de bloemblaadjes waren de kostbare Javaanse Arabica-koffiezaailingen waar Palheta zo naar verlangde.

Ondanks de strenge bewaking van de Franse koffieplantages en het verbod op export van koffieplanten slaagde Palheta erin dit waardevolle geschenk naar Brazilië te brengen. Deze gebeurtenis wordt beschouwd als een keerpunt in de geschiedenis van de Braziliaanse koffieproductie, omdat het de start was van de succesvolle koffieteelt in het land.

(Over het algemeen wordt historisch erkend dat Luitenant-Kolonel Francisco de Melo Palheta een belangrijke rol speelde in de introductie van Javaanse Arabica-koffiezaailingen in Brazilië. Echter, dit verhaal over Palheta die Madame D’Orvilliers overtuigde om hem Javaanse Arabica-koffiezaailingen te geven, lijkt niet volledig gebaseerd te zijn op historische feiten en bevat mogelijk geromantiseerde details).

Java’s koffieheerschappij – VOC’s monopolie en wereldwijde overwinning!

In de 18e eeuw was de VOC een machtige handelsmaatschappij die zich richtte op het monopoliseren van handelsroutes en de productie van waardevolle goederen. Koffie was een van die waardevolle handelswaren, en Java werd een belangrijk centrum voor de productie ervan buiten de traditionele regio’s in Arabië en Ethiopië.

Het Cultuurstelsel, ingevoerd in de periode 1830-1870, was een systeem waarbij inheemse boeren op Java verplicht waren een deel van hun land te gebruiken voor de productie van exportgewassen, waaronder koffie. Dit systeem diende de belangen van de VOC en later de Nederlandse koloniale heersers, en het leverde enorme winsten op.

Java werd de grootste koffie-exporteur ter wereld, en de koffiebonen uit West-Java, met name Java Preanger, waren van uitzonderlijk hoge kwaliteit. De export van Javaanse koffie overtrof zelfs de bekende mokkakoffie uit Jemen, die voorheen de markt domineerde. De populariteit van Javaanse koffie in Europa was zo groot dat het bekend stond als “Cup of Java”. Deze term werd gebruikt om te verwijzen naar een kop koffie. Java Preanger-koffie was beroemd vanwege zijn superieure smaak en kwaliteit, en behield zijn positie als de beste koffie ter wereld tot het midden van de 19e eeuw.

Dit historische hoofdstuk toont niet alleen de invloed van koloniale machten op de handel, maar ook hoe een specifiek gebied, in dit geval Java, een cruciale rol speelde in de wereldwijde koffieproductie en -handel.

Robusta-koffie naar Nederlands-Indië

In 1907 introduceerde de Nederlandse overheid opmerkelijk genoeg een nieuwe koffiesoort in Nederlands-Indië, namelijk Robusta-koffie (Coffea canephora). Deze koffieplantages werden aangelegd in de laaglanden van Java, Sumatra en Sulawesi. Robusta-koffie is minder vatbaar voor bladongedierte dan de Arabica-plantages in de hogere gebieden, waar de Java Pranger-koffie werd verbouwd. Robusta-koffie groeide snel uit tot een belangrijke koffiesoort in Nederlands-Indië en wereldwijd. Het land werd uiteindelijk een belangrijke producent en exporteur van zowel Arabica- als Robusta-koffie en is vandaag de dag nog steeds een van de meest geteelde koffiesoorten ter wereld.

 

Historische tijdlijn

Indonesië heeft een rijke historie als het om koffie gaat!

1711

De eerste koffieboon naar europa

In 1711 exporteerde de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) de eerste koffiebonen naar Europa ‘Amsterdam’. Door de groeiende vraag uit Europa steeg de export in de daaropvolgende decennia naar 60 ton per jaar.

1725

Indonesië als koffie land

In 1725 werd Indonesië het grootste koffie- exporterende land ter wereld en de bevoorrading liep via Java.

1750

Nederlanders telen Arabica

In 1750 begonnen de Nederlanders Arabica- koffieplantages te ontwikkelen op Sumatra, Bali, Sulawesi, Timor en andere eilanden in Indonesië.

Het behoud van cultureel erfgoed en duurzame landbouwpraktijken 

Later werden de koffiezaden geplant en verbouwd buiten Batavia (het huidige Jakarta), in het bergachtige Preanger-gebied. Het Preanger-gebied staat ook bekend als Parahiyangan of Parahyangan, wat afkomstig is uit het Sundanees, de taal van de lokale bevolking in West-Java, en betekent “de verblijfplaats van Hyangs (goden)” in het Hindoe-Balinese spiritualisme. Het gebied werd beschouwd als een plek die speciale eerbied verdiende vanwege de bovennatuurlijke kracht die er zou zijn. Volgens oude Sundanese overtuigingen geloofden en aanbaden de inwoners dat de goden op de bergtoppen leefden, waar ook de koffieplanten uitbundig groeien.

Na de onafhankelijkheid van Indonesië op 17 augustus 1945 werd het bergachtige gebied van West-Java rond Bandung, voorheen bekend als Priangan, officieel aangeduid als Parahiyangan. Deze benaming wordt beschouwd als een romantische historische naam die verwijst naar het gebied met zijn rijke geschiedenis en natuurlijke schoonheid. De koffie die biologisch wordt geteeld in dit gebied staat bekend als Malabar-koffie en wordt ook wel Java Preanger-koffie genoemd. Tijdens de Nederlandse koloniale periode stond het Preanger-gebied bekend als Priangan, vandaar de verwijzing naar Priangan in die tijd.

Dankzij de keuze voor het Preanger-gebied kunnen we tegenwoordig genieten van de heerlijke Java Preanger-koffie, die nog steeds wordt verbouwd en geproduceerd in deze regio van Indonesië. Een duurzaam erfgoed in Indonesië’s koffietrots!

Eeuwenoude traditie van het ‘tweeërlei gebruik” in de koffieteelt, verweven met natuur en geschiedenis van Indonesië

Op de uitgestrekte koffieplantages van Indonesië, beroemd om hun diversiteit aan koffiesoorten, leeft een eeuwenoude landbouwtraditie voort: het ‘tweeërlei gebruik’. Deze praktijk, ook bekend als polycultuur of intercropping, weerspiegelt de diepe culturele en ecologische waarden van het land en gaat verder dan enkel het verbouwen van koffie.

Indonesië, gelegen op de evenaar met zijn tropische regenwoudklimaat, biedt ideale omstandigheden voor de teelt van koffie. De hoge temperaturen en vochtigheid dragen bij aan de productie van hoogwaardige koffiesoorten. In de traditie van het ‘tweeërlei gebruik’ worden koffieplanten vaak gekweekt naast andere gewassen zoals fruitbomen en kruiden. Deze methode bevordert een rijke biodiversiteit, verbetert de bodemgezondheid en helpt bij het bestrijden van plagen.

De oorsprong van deze praktijk ligt niet alleen in praktische landbouwtechnieken, maar ook in culturele en spirituele overtuigingen. Veel Indonesische gemeenschappen geloven dat de geesten van voorouders een beschermende rol spelen over de gewassen. Deze overtuiging verbindt de landbouw met een diepere spirituele betekenis, waarbij de harmonie tussen mens, natuur en voorouders wordt gevierd.

Voor de lokale bevolking is het ‘tweeërlei gebruik’ meer dan een agrarische techniek; het vormt een kernaspect van hun identiteit en erfgoed. Het weerspiegelt een respectvolle en duurzame benadering van de natuur, die in lijn is met hun culturele waarden en historische tradities.

In een tijd waarin de wereld steeds meer verstedelijkt en het contact met de natuur vermindert, blijft het ‘tweeërlei gebruik’ een waardevol voorbeeld van duurzaamheid en verbondenheid. Het herinnert ons eraan dat de rijkdom van de aarde niet alleen ligt in wat we oogsten, maar ook in de diepe relatie die we onderhouden met de natuurlijke en culturele wereld om ons heen.

Samengevat biedt dit verhaal een boeiende beschrijving van een eeuwenoude traditie van koffieteelt in Indonesië. Deze traditie is diep geworteld in de lokale cultuur en geschiedenis, en benadrukt het belang van duurzaamheid en natuurbehoud. Het laat zien hoe de koffieteelt niet alleen een bron van economische welvaart is, maar ook een spirituele verbinding tussen mens, natuur en voorouders vertegenwoordigt. Dit gaat verder dan alleen de praktijk van koffieteelt, maar strekt zich uit tot verschillende aspecten van culturen, milieukwesties, traditionele geloofsovertuigingen en educatieve onderwerpen”.

(Ontdek meer in onzeBlog‘; Intercropping en koffie: Een verdieping in smaak en duurzaamheid).

Een duurzaam erfgoed in Indonesië’s kopje trots!

Religie speelt een belangrijke rol in de Indonesische koffiecultuur, vooral vanwege de overwegend islamitische bevolking. Meer dan 80% van de ongeveer 270 miljoen bevolking is moslim, waarmee Indonesië het grootste islamitische land ter wereld is. Voor veel Indonesische landbouwproducenten is het naleven van islamitische principes en voorschriften een integraal onderdeel van hun bedrijfspraktijken, inclusief de productie van biologische gewassen waaronder koffielandbouw.

Islamitische principes bevorderen duurzame landbouwpraktijken en het behoud van de natuurlijke omgeving. Dit omvat zorgvuldig landbeheer, het behoud van bodemgezondheid, en milieubescherming bij het waarborgen van een gezonde relatie en balans tussen mensen, dieren en biodiversiteit. Indonesische koffieproducenten die de islamitische waarden naleven, werken op een milieuvriendelijke en duurzame manier om koffie te verbouwen.

Islamitische ethiek in koffieland – Duurzaamheid en diversiteit bloeien!

Daarnaast richt de islam zich ook op sociale rechtvaardigheid en eerlijke handel. Dit betekent dat veel Indonesische koffieproducenten die hun islamitische geloof en principes in acht nemen, streven naar eerlijke handelspraktijken en een rechtvaardige verdeling van de opbrengsten onder alle betrokken partijen, inclusief boeren.

Kortom, de religieuze invloeden van het land, met name de islam, spelen een belangrijke rol in de koffiecultuur van Indonesië. Ze bevorderen duurzame landbouwpraktijken, milieubescherming en eerlijke handel, waardoor Indonesië bekend staat om zijn hoogwaardige biologische koffieproductie die in overeenstemming is met de islamitische principes en waarden.

Het is mooi om te zien en fascinerend hoe een vruchtbaar land als Indonesië, met een rijke geschiedenis en diverse culturen en geloofsovertuigingen zoals de islam, het christendom, het boeddhisme en het hindoeïsme waarin verschillende aspecten van het leven samenkomen. De Indonesische samenleving heeft historisch gezien een lange traditie van het omarmen en respecteren van diversiteit, waarbij mensen met verschillende achtergronden en geloofsovertuigingen samenleven en samenwerken. Indonesië heeft ook een seculiere grondwet die religieuze vrijheid waarborgt en discriminatie op basis van religie verbiedt, ondanks de dominante aanwezigheid van de islam in het land. Deze culturele diversiteit kan op haar beurt leiden tot innovatie en nieuwe benaderingen in de landbouwsector. Het feit dat de lokale bevolking spirituele, filosofische tradities en religie samen integreert met regels en wetten voor de teelt van gewassen waaronder koffie, toont de eeuwenoude, diepgewortelde samen verbondenheid met het land, dieren en biodiversiteit.

VOC’s slotakkoord – Het dramatische einde van 196 jaar commerciële heerschappij 

Na het uitbreken van de oorlog in 1795 vielen de meeste kantoren van de VOC in Engelse handen, maar Java bleef onder Nederlands gezag, evenals de kantoren in Kanton en Deshima (Japan). De oorlog veroorzaakte echter aanzienlijke verstoringen in de handel en scheepvaart tussen Europa en Java, waardoor het niet mogelijk was om op dezelfde manier door te gaan als voorheen. Pas later vonden institutionele veranderingen plaats in Batavia en op Java, toen gouverneur-generaal H.W. Daendels het bestuur grondig reorganiseerde. De meest ingrijpende verandering kwam echter pas in 1811, toen Java in handen viel van de Engelsen.

De val van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) betekende het einde van een tijdperk van commerciële heerschappij dat 196 jaar had geduurd. Financiële problemen, corruptie, slecht beheer en de hoge kosten van oorlogen leidden tot het faillissement op 17 maart 1798, waardoor het bedrijf een schuld van 120 miljoen gulden achterliet. Na haar ondergang nam de Nederlandse staat de erfenis van de VOC over, inclusief bezittingen, schulden en territoriale rechten.

Overgang van VOC naar Nederland-Indië – Een koloniaal keerpunt

In de 17e en 18e eeuw waren Europese handelscompagnieën actief, en verloor de VOC haar grip op handelsposten en gebieden aan de Britse Oost-Indische Compagnie (EIC) en Franse troepen, tijdens koloniale expansie en conflicten in Azië, wat leidde tot haar onvermijdelijke ondergang. Verzwakt door verlies en financiële schulden werd de VOC ontbonden. De Nederlandse staat nam de erfenis over, inclusief bezittingen, schulden en territoriale rechten.

Maatschappij tot Nut van ‘t Algemeen

De ‘Maatschappij tot Nut van ‘t Algemeen’ werd opgericht in 1784 door de Nederlandse staat met als doel het bevorderen van algemeen welzijn door middel van onderwijs en maatschappelijke verbeteringen. Hoewel deze organisatie niet direct betrokken was bij politieke beslissingen met betrekking tot koloniale aangelegenheden, speelde ze mogelijk wel een rol in het vormgeven van de publieke opinie. Deze veranderende publieke opinie zou op haar beurt invloed hebben gehad op het bredere maatschappelijke debat over kolonialisme, waaronder de activiteiten van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) in Nederlands-Indië.

Met de oprichting van deze nieuwe organisatie nam Nederland de controle over de Indonesische eilanden en werd de kolonie ‘Nederland-Indië’ gesticht. Op 19 augustus 1816 werd de macht officieel overgedragen aan het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden voor het stadhuis van Batavia. Hiermee ontstond Nederlands-Indië als een kolonie met een uniek verhaal dat zich ontwikkelde tot aan het einde van de Tweede Wereldoorlog. De geschiedenis van Nederlands-Indië werd gekenmerkt door complexe relaties, culturele uitwisselingen, economische exploitatie en uiteindelijk de zoektocht naar onafhankelijkheid tijdens de postkoloniale periode.

Onafhankelijkheid en wederopbouw

In de 20e eeuw ontstond in Indonesië een sterke nationalistische beweging die streefde naar onafhankelijkheid van Nederland. Op 15 augustus 1945 capituleerde Japan, en twee dagen later, op 17 augustus 1945, riep de nationalistische voorman ir. Soekarno in Batavia (nu Jakarta) de Republiek Indonesië uit. Dit leidde tot de onafhankelijkheid van Indonesië na een periode van Japanse bezetting (1942-1945). Ir. Soekarno, leider van de Indonesische nationalisten, werd de eerste president en dr. Mohammed Hatta de vicepresident van de nieuwe republiek. Dit was een belangrijke gebeurtenis in de geschiedenis van dekolonisatie en legde de basis voor de moderne natie die we nu kennen als de Republiek Indonesië.

Tegelijkertijd was er in Indonesië, vooral op de eilanden Java en Sumatra, een machtsvacuüm als gevolg van de terugtrekking van de Japanse bezettingstroepen, wat een belangrijke rol speelde bij de gebeurtenissen rondom de onafhankelijkheidsverklaring. Na het einde van de Nederlandse koloniale overheersing begon Indonesië met de opbouw en ontwikkeling van het land.

De evolutie van onze biologische Indonesische koffie, een historisch pad naar samenwerking,

Na de onafhankelijkheid van Indonesië in 1945 begon een complexe periode van onderhandelingen en herstel tussen Nederland en Indonesië. De Indonesische Onafhankelijkheidsoorlog (1945-1949) markeerde een turbulente tijd, gekenmerkt door geweld en politieke instabiliteit. De erkenning van de Indonesische soevereiniteit in 1949 betekende echter niet het einde van spanningen tussen de twee landen.

De daaropvolgende jaren waren cruciaal voor de betrekkingen tussen de twee landen, waar Nederland en Indonesië werkten aan de afwikkeling van koloniale erfenissen, waaronder eigendommen en schulden uit het VOC-tijdperk. Deze onderhandelingen waren een belangrijke stap richting stabilisatie van de relatie en bevordering van wederzijdse samenwerking.

Hoewel de nasleep van de onafhankelijkheid uitdagend was, hebben Nederland en Indonesië geleidelijk stappen gezet naar economische samenwerking en diplomatieke relaties. Deze inspanningen hebben bijgedragen aan een geleidelijke verschuiving van een koloniale verhouding naar een meer gelijkwaardige partnerschap.

In de moderne tijd weerspiegelt onze biologische Indonesische koffie niet alleen een product van uitstekende kwaliteit, maar ook een symbool van vooruitgang en samenwerking. Door te kiezen voor onze koffie steunt u niet alleen duurzame landbouwpraktijken, maar draagt u ook bij aan een verhaal van historisch herstel en een gedeelde toekomst van respect en samenwerking.

Exportpracht in Indonesië – Koffie als weerspiegeling van culturele rijkdom

Indonesië, een land doordrenkt met een rijke cultuur en weelderige natuur, blinkt niet alleen uit vanwege zijn adembenemende vruchtbare landschappen maar ook vanwege zijn rol als wereldwijde speler in de exportsector. Het land staat hoog aangeschreven vanwege de uitvoer van diverse producten, waarbij koffie een opvallende tweede positie inneemt als een van de vijf belangrijkste exportartikelen.

Waar groeit onze koffie?

Na de onafhankelijkheid van Indonesië zijn veel koffieplantages verlaten of overgenomen door de nieuwe regering. Tegenwoordig zijn ongeveer 92 procent van de biologische koffieplantages en de duurzame excellente koffiesoorten in handen van kleine boeren en coöperaties op de mooiste vulkanisch vruchtbare archipel van Indonesië. De Indonesische archipel, gelegen op de evenaar, heeft een tropisch regenwoud- en moessonklimaat. Dit betekent dat het land over het algemeen warm en vochtig is met veel regenval gedurende het hele jaar. Gemiddeld zijn er ongeveer 8 uur zonneschijn per dag maar dit kan variëren afhankelijk van het seizoen en de locatie.

Indonesië kent twee seizoenen: het natte seizoen en het droge seizoen. Het natte seizoen varieert per eiland en regio. Over het algemeen vindt het natte seizoen plaats tussen november en maart, waarbij er frequente regenbuien zijn en de kans op stormen en cyclonen groter is. Het droge seizoen vindt meestal plaats tussen april en oktober, waarbij er minder regenval is en de temperaturen iets hoger kunnen zijn. De luchtvochtigheid in Indonesië is over het algemeen hoog, vaak boven de 90%. Dit kan leiden tot een benauwd gevoel en een plakkerig klimaat. De maximale temperaturen kunnen oplopen tot ongeveer 36°C, afhankelijk van de locatie en het seizoen. Het is belangrijk om jezelf goed te beschermen tegen de hitte en voldoende water te drinken om gehydrateerd te blijven in deze tropische omstandigheden.

Het tropische regenwoudklimaat met verschillende gewassen

Indonesië, met zijn weelderige regenwouden en gevarieerde klimaat, staat bekend om zijn diverse ecosysteem en vruchtbare bodem. Het regenwoudklimaat draagt bij aan de biodiversiteit van het land, met vele unieke planten-, dier- en insectensoorten die groeien in deze weelderige omgeving

Dankzij het tropische klimaat en de vulkanisch vruchtbare bodem is Indonesië ideaal voor de teelt van verschillende gewassen, waaronder koffieplanten. Het kortere droge seizoen in gebieden met een hoogte boven de 900 meter creëert gunstige klimaatomstandigheden voor de teelt van Arabica-koffie. Arabica-planten op hoogtes tussen 900 en 2500 meter zijn minder vatbaar voor insectenplagen en extreme weersomstandigheden, wat bijdraagt aan de productie van hoogwaardige Arabica-koffie.

Op de vruchtbare vulkanische hooglanden van Indonesië, met hun spectaculaire bergtoppen en adembenemende landschappen, groeien de Arabica-koffieplanten bijzonder goed. De vulkanische activiteit in deze regio’s verrijkt de bodem met essentiële mineralen, waardoor de koffiebessen zich kunnen ontwikkelen met unieke smaakprofielen en aroma’s.

Koffieliefhebbers zullen geïnteresseerd zijn in hoe deze natuurlijke omgevingsfactoren de smaak, aroma’s en textuur van de Indonesische koffie beïnvloeden. Terwijl Arabica-koffie de voorkeur geeft aan de hoogten van bergachtige gebieden, groeit Robusta-koffie in de beschutting van de laaglanden. Elk met zijn eigen unieke omgeving en kenmerken, dragen beide soorten koffie bij aan de rijke diversiteit van de wereldwijde koffiecultuur.

In Indonesië is de koffiecultuur diep verweven met de geografische en klimatologische kenmerken van het land, resulterend in een uniek en gevarieerd aanbod van koffiesoorten die gewaardeerd worden door fijnproevers over de hele wereld!

Arabica-koffie op hoog niveau waar smaak en ambacht samenkomen

Arabica-planten groeien voornamelijk in bergachtige gebieden die hoger liggen dan 900 meter boven zeeniveau, met een bijzondere nadruk op de vruchtbare vulkanische grond van het tropisch regenwoud- en moessonklimaat van Indonesië. De combinatie van lagere koeltemperaturen, verminderde zuurstof in de lucht en het langzame groei- en rijpingsproces draagt bij aan de kwaliteit van de koffiebes. Dit unieke groeiproces bevordert de ontwikkeling van complexe smaakprofielen en een verfijnde kwaliteit van de koffie. Het geeft de plant de benodigde tijd om de suikers, zuren en aroma’s in de bes volledig te ontwikkelen, wat resulteert in een hoogwaardige, smaakvolle en aromatische kop koffie!”

Daarnaast, op hoogtes tussen 900 en 2500 meter boven zeeniveau, ervaren Arabica-planten minder last van insectenplagen, ziekteverwekkers en extreme weersomstandigheden. Het is belangrijk op te merken dat er variaties van smaken en aroma’s kunnen zijn in de specifieke hoogtes en klimaatomstandigheden waar Arabica-koffiebessen groeien, afhankelijk van de regio en de koffieplantages. De gewenste luchttemperatuur voor Arabica-koffiebessen ligt tussen de 15 en 25°C. Al deze factoren dragen bij aan de productie van kwalitatief hoogwaardige Arabica-koffies op hogere hoogtes in de meest vruchtbare vulkanische hooglanden van Indonesië, die worden gekenmerkt door spectaculaire bergtoppen en adembenemende landschappen.

Voor Arabica-koffie wordt een jaarlijkse neerslag van ongeveer 1000-1500 mm aanbevolen. Bovendien hebben gebieden boven de 1000 meter vaak een kortere droge periode, wat een uitdaging kan zijn voor Arabica-koffie, die een langere droge periode vereist voor optimale productie. Deze variabelen in neerslag en hoogte kunnen de groeiomstandigheden voor koffieplanten in verschillende regio’s van Indonesië sterk beïnvloeden.

Optimale groeiomstandigheden voor Arabica-Koffie, een samenspel van bodem, pH en klimaat 

Om te beginnen is de bodemgesteldheid van cruciaal belang. Arabica-koffie groeit het beste in vruchtbare vulkanische bodems met een dikke organische toplaag. Deze organische laag voorziet de planten van belangrijke voedingsstoffen en bevordert een gezonde groei door het vasthouden van vocht en het verbeteren van de bodemstructuur. 

Daarnaast is de pH-waarde van de bodem een essentiële factor. De ideale pH-waarde voor koffieplanten ligt tussen 5,5 en 6,5. Dit geeft aan dat de bodem licht zuur tot neutraal moet zijn. Als de pH-waarde te laag is, wat betekent dat de bodem te zuur is, kan dit de opname van voedingsstoffen door de planten belemmeren. In dergelijke gevallen kunnen biologische meststoffen worden toegevoegd om de pH-waarde te verhogen en de bodemomstandigheden te optimaliseren. 

Bovendien moet bij het telen van Arabica-koffie rekening worden gehouden met de hoogte en de klimatologische omstandigheden. Deze factoren, samen met de bodemgesteldheid en pH-waarde, bepalen de algehele groei en kwaliteit van de koffieplanten. Met de juiste combinatie van deze elementen kunnen telers de optimale omgeving creëren waarin Arabica-koffie groeit en hoogwaardige bonen produceert.

De omgevingsomstandigheden creëren een gunstige omgeving voor de ontwikkeling van de koffiebessen en dragen bij aan de gewilde smaakprofielen die geassocieerd worden met Arabica-koffies. Elk kopje koffie dat u drinkt, is representatief van de regio waar de koffieboon vandaan komt en voldoet aan hoge kwaliteitseisen met specifieke verwerkingsmethoden. Dit komt mede door de diversiteit aan Arabica-variëteiten met verschillende smaakkenmerken, die worden geteeld in verschillende hoogtezones en klimaten in elke regio. Dit bevordert een zachte smaak met een geurig aroma en wordt gekenmerkt als fruitig, bloemig, chocoladeachtig, licht zuur of zuur. Dit culinaire koffieplezier voor fijnproevers is een belangrijk aspect van de koffiecultuur, wereldwijd!”

(Lees meer bij ‘Blog‘; De verborgen strijd, een cruciale uitdaging in Arabica koffieproductie! en nog veel meer interessante informatie).

(Lees meer bij ‘Blog‘; De ecologische impact van bodem-pH op koffieproductie en ecosystemen).

(Lees meer bij ‘Blog‘; Waarom maakt biologische koffie in Indonesië zo uniek ten opzichte van andere koffieproducerende landen op de evenaar?).

(Lees meer bij ‘Blog‘; Intercropping en koffie: Een verdieping in smaak en duurzaamheid).

Robusta-koffie krachtig van lage hoogtes

Robusta-koffiebessen (Coffea canephora) groeien daarentegen op lagere hoogtes, tussen 400 en 800 meter boven zeeniveau. Ze kunnen echter ook groeien in warmere klimaten met temperaturen tussen 20-30°C. In warmere regio’s kan het rijpingsproces sneller verlopen, wat gunstig kan zijn voor de productie van Robusta-koffie. De planten groeien vaak in vochtige, laaggelegen valleien, waar ze profiteren van de overvloedige neerslag en de zeer hoge luchtvochtigheid. De gemiddelde jaarlijkse neerslag ligt tussen de 2000 en 3000 mm. In vergelijking met Arabica-koffiebonen is de Robusta-boon beter bestand tegen ziekten en kan deze groeien op plaatsen met minder ideale omstandigheden.

Robusta-koffiebonen hebben over het algemeen een hoger cafeïnegehalte en een meer bittere smaak in vergelijking met Arabica-koffiebonen. Ze worden vaak gebruikt in espressomengsels vanwege hun krachtige smaak en de vorming van een stevige crema-laagBovendien zijn Robusta planten gemakkelijker te onderhouden en te oogsten. Het fruit van Robusta blijft stevig vastzitten aan zijn steel wanneer het rijp is, waardoor het minder kwetsbaar is en de mogelijkheid biedt om iets later te oogsten. Aan de andere kant valt het fruit van Arabica gemakkelijk uit zijn steel wanneer het rijp is, wat betekent dat het noodzakelijk is om zorgvuldig en op tijd te oogsten voordat het fruit van de boom valt.

“Kortom, het vruchtbare tropische klimaat van Indonesië gelegen op de evenaar, met de juiste hoeveelheid regenval, luchtvochtigheid en seizoensvariaties, die uitermate geschikt is voor de teelt van zowel Arabica als Robusta koffieplanten. Dit heeft bijgedragen aan de bekendheid van Indonesië als een belangrijke producent van koffie op wereldniveau! De koffieproductie in Indonesië dateert al sinds 1696, toen het land al een belangrijke leverancier van koffie was voor de wereldmarkt”.

(Lees meer bij ‘Blog‘; De verschillen tussen Arabica en Robusta wortelplant).

De diverse wereld van koffievariëteiten van Arabica tot Robusta

Koffievariëteiten verwijzen naar verschillende ondersoorten van de koffieplant. De twee meest voorkomende soorten zijn Arabica en Robusta, waarbij Arabica inderdaad meer variëteiten en unieke eigenschappen heeft dan Robusta. Arabica-koffie groeit op hogere hoogtes dan Robusta, wat leidt tot langzamere groei en complexere smaken. De eigenschappen van koffie zijn ook afhankelijk van waar de koffieplant groeit, het productieproces zoals de methode van oogsten, verwerken en de genetische verschillen tussen de koffieondersoorten en tussenteelt.

Door deze factoren kunnen er grote verschillen zijn in de smaak, het aroma (van citrusaroma tot aards aroma) en de zuurgraad van koffiebonen uit verschillende regio’s en variëteiten. Zo kan het een verschil maken of de koffiebessen met de hand of machinaal zijn geplukt, en of ze nat of droog zijn verwerkt. En dat maakt Indonesië zo bijzonder!

(Lees meer bij ‘Naoogst koffie’; Ontdek de magie na de oogst, een kijkje in de betoverende wereld van koffiebewerking).

Ontdek de magie van ‘Kopi Ter Enak’ en laat uw smaakpapillen genieten van de rijke variëteit met een geschiedenis die al sinds 1696 zijn oorsprong vindt in de vruchtbare vulkanische bodem, in het tropisch regenwoud- en moessonklimaat met hoge luchtvochtigheid van Indonesië. Maar onze toewijding gaat verder dan alleen de smaakervaring

 

Regio en topografie cruciaal voor duurzame koffieteelt

Voordat koffie wordt geplant, moeten de koffieboeren letten op de topografische omstandigheden van de regio. Bij klimaatverandering moeten de koffieboeren enige technische aanpassingen doen om ervoor te zorgen dat de koffieplanten gunstig en gezond groeien. Vooral voor locaties of gebieden met sterke wind moeten beschermende schaduwbomen, zoals Dedap (Erythrina lithosperma of Erythrina subumbrans), Lamtoro (Leucaena glauca) en Sea Sengon (Albizia falcata), worden geplant. Voor Arabica-koffiebonen die groeien op een hoogte van meer dan 1000 meter boven zeeniveau, is harde wind gebruikelijk. Daarom maken koffieboeren vaak gebruik van beschermende schaduwbomen. Op dit moment is Lamtoro, een ondoordringbaar struikgewas afkomstig uit tropisch Amerika en honderden jaren geleden geïntroduceerd op Java voor land- en bosbouwdoeleinden, de meest geschikte beschermende plant voor koffieplanten. Het doel is om voldoende windbelasting te weerstaan. Schaduwbomen dienen ook als verrijking om nestmogelijkheden voor een verscheidenheid aan bestuivende bijensoorten te bieden, wat een belangrijke factor is bij het vergroten van kruisbestuiving wanneer de koffiebloemen in bloei staan en nectar en stuifmeel produceren.

Bijenhouden als sleutel tot succes voor duurzaamheid in koffieteelt

Koffieplanten zijn zelfbestuivend. Het succes van de koffieoogst hangt sterk af van het klimaat, het regenseizoen of droogteperiodes. Bestuiving vindt meestal plaats in de ochtend na het regenseizoen en wordt over het algemeen beïnvloed door het klimaat, wat erg gevoelig is voor klimaatverandering. Hun rol als bestuivers van inheemse plantensoorten is van groot belang voor het behoud van de biodiversiteit in de regio waar ze voorkomen. De tijd die nodig is van bestuiving tot oogstrijpe vruchten is ongeveer 6-9 maanden.

Robusta-koffieplanten hebben kruisbestuiving nodig door bestuivers zoals wind en insecten. Arabica-koffieplanten kunnen zichzelf bestuiven. Door het combineren van geïntegreerde teeltsystemen van koffie met bijenteelt kunnen koffieboeren hun opbrengsten verhogen. Deze combinatie biedt verschillende voordelen, vooral voor kleine boeren. Ten eerste kan de diversiteit aan bijensoorten de opbrengst van Arabica-koffie met 20-25% verhogen. Ten tweede kan de productie van bijenhoning extra inkomsten genereren voor koffieboeren.

Het combineren van koffieteelt met bijenteelt kan een win-winsituatie creëren voor koffieboeren, waarbij zowel de koffieproductiviteit als de bijenpopulatie en de biodiversiteit in de regio kunnen profiteren. Dit is een voorbeeld van duurzame landbouwpraktijken die zowel economische als milieuvoordelen kunnen opleveren”.

Bijenrijkdom – Fundament voor duurzame koffieproductie en ecologische evenwicht

De diversiteit aan bijenkoloniesoorten in Indonesië is een belangrijke factor in de kwantiteit en kwaliteit van de koffieopbrengst voor koffieboeren, vooral omdat er geen landbouwpesticiden en herbiciden worden gebruikt. Er zijn ongeveer 20.000 bijensoorten in de wereld, die op elk continent te vinden zijn, behalve Antarctica. Honingbijen zijn al duizenden jaren bekend bij de mens in oude culturen. De Aziatische honingbijen die voorkomen in Indonesië behoren tot het geslacht Apis, waaronder A. andreniformis, A. cerana en A. dorsata. In Kalimantan, met name in het regenwoud van Borneo, komen ook A. koschevnikovi, A. cerana en A. nuluensis voor. Al deze verschillende soorten bijen paren niet met elkaar.

Bestrijdingsmiddelen zijn dodelijk voor alle insectensoorten op aarde. Als sociale en solitaire bijen zich voortplanten of ontwikkelen door bestuiving van voedselproducten zoals fruit, groenten en andere gewassen, en ze worden blootgesteld aan bestrijdingsmiddelen die ze terugbrengen naar de bijenkorf, kan het gif worden verspreid naar andere bijen en larven, wat kan leiden tot kolonieverlies. Dit kan ernstige gevolgen hebben voor de bestuiving van gewassen en de dagelijkse voedselvoorziening voor zowel mensen als dieren. Helaas verschilt het landbouwbeleid op dit gebied van duurzaamheid in andere landen vanwege grote economische en financiële belangen, waaronder koffie!

De fascinerende wereld van Megachile Pluto ‘s werelds grootste bijenkoningin

In 2019 werd ‘s werelds grootste vrouwtjesbij met een lengte van 38 mm en een spanwijdte van 63,5 mm onder de naam Megachile pluto of Chalicodoma pluto, ook wel Wallace’s reuzenbij genoemd. Het behoort tot de familie Megachilidae (harsbijen) en was de eerste levende, grootste bijensoort die ooit werd gevonden en gefilmd op de eilanden Bacan, Halmahera en Tidore (Noord-Molukken). Megachile pluto werd eerder waargenomen in 1859 en is herontdekt. De lokale bevolking noemt deze reuzenbij ‘O Ofungu Ma Koana’ (koningsbij). Deze bijensoort leeft alleen in ongestoorde oerwouden in het laagland en is van cruciaal belang voor de biodiversiteit. Het vermijden van pesticiden en herbiciden in de landbouw kan aanzienlijke voordelen opleveren voor de natuurlijke omgeving en het behoud van specifieke planten-, dieren- en insectensoorten. Megachile pluto draagt bij aan de hoogste bodemvruchtbaarheid ter wereld en speelt daarmee een belangrijke rol in het behoud van onze planeet!

Megachile pluto is een zwarte harsbij en alleen de vrouwtjes hebben enorme kaken, terwijl de mannetjes slechts 23 mm lang worden. Naast zijn grote lichaamsgrootte en kaken is deze soort ook te onderscheiden van andere bijensoorten door de aanwezigheid van een witte band op zijn achterlijf. Megachile pluto bouwt nesten die in groepen leven binnen de nesten van de boomtermiet ‘infraorder Isoptera’, terwijl de bijen op hun beurt de termieten niet lastigvallen. Binnen de termietennesten bouwen de bijen afzonderlijke cellen voor hun eieren, die ze vervolgens bevruchten en bevoorraden met nectar en stuifmeel. Wanneer de larven uitkomen, voeden ze zich met de verstrekte nectar en stuifmeel voordat ze verpoppen tot volwassen bijen. Dit maakt het bestaan van deze bijensoort vaak verborgen en onopgemerkt. Ze zijn de belangrijkste bestuivers van inheemse plantensoorten in de regio.

Veel vrouwtjesbijen verlaten het nest om boomschors-sap (propolis) te verzamelen, dat vaak wordt gewonnen uit de plant Anisoptera thurifera. De grote kaken van de bijen helpen hen om het sap te verzamelen en te vormen tot grote ballen die de kaken bij elkaar houden om ‘kamers’ in het termietennest te bouwen. Het sap stolt en vormt een harde, doorzichtige massa en beschermt waarschijnlijk tegen schimmels en bacteriën. Het is interessant op te merken dat deze bijensoort niet afhankelijk is van de termieten voor voedsel of bescherming, maar het gebruik van termietennesten als nestplaatsen prefereert, waarschijnlijk vanwege de bescherming tegen weer en wind en de isolatie tegen temperatuurschommelingen.

Het verhaal belicht het belang van het behoud van natuurlijke habitats en het vermijden van schadelijke stoffen in de landbouw voor het behoud van deze bijzondere soort en andere planten- en diersoorten”.

Liberica koffie – De vergeten “Black Diamond” met unieke eigenschappen

Er zijn meer dan 80 verschillende soorten koffiebonen, en daarvan is de Liberica-koffie een soort die niet op commerciële schaal wordt verbouwd. Een koffiesoort uit de sterbladfamilie (Rubiaceae) met grote leerachtige bladeren. Verschillende soorten Liberica-koffie die in Indonesië zijn geïmporteerd, zijn Ardoniana (Coffea Liberica var. Ardoniana) en Durvei (Coffea Liberica var. Durvei). Deze Liberica-koffie kan tot wel 18 meter hoog worden en groeit goed in het laagland. De bessen zijn tweemaal zo groot als die van de Arabica en de bladeren van de Liberica-plant bevatten meer cafeïne dan de bonen zelf. Anderzijds zijn ze resistent tegen ziekten en plagen. De Javanen noemen het ‘Jackfruit- of Nangka-koffie’ vanwege de smaak. Deze is minder zuur dan Arabica maar sterker dan Robusta met een zoete cacaosmaak.

Herkomst en populariteit

Liberica-koffie komt oorspronkelijk uit Liberia aan de westkust van Afrika en Congo-Kinshasa. Het is wellicht niet zo populair als Arabica en Robusta op de Europese markt, hoewel het eerder in de jaren 1880 in Indonesië werd geïntroduceerd dan de Robusta. Voor de Indonesiërs is deze koffie een ‘zwarte diamant’ die wordt geteeld en niet wordt gewonnen. Het is niet voor niets dat de lokale boeren het de ‘Black Diamond’ hebben genoemd. In tegenstelling tot Arabica en Robusta kan de Liberica uitstekend groeien in veengebieden en wordt ook wel veenkoffie genoemd. Vanwege het beperkte beplantingsgebied heeft Liberica-koffie het grootste groeipotentieel in Zuid-Kalimantan.

Door zorgvuldig te recyclen en onze verpakkingen en koffiecapsules te hergebruiken, dragen we actief bij aan een schonere, duurzamere wereld en verminderen we de impact van klimaatverandering. Proef de authentieke magie en draag bij aan een groenere planeet met elke verfrissende slok! 

Indonesië’s schitterende eilandengroep en haar kostbare koffiediamanten

Indonesië, doorkruist door de evenaar en gelegen op de Pacifische Ring of Fire, een gebied rond de Grote Oceaan heeft een tropisch regenwoud- en moessonklimaat. Dit maakt het land uitermate geschikt voor de teelt van diverse gewassen, waaronder koffieplanten. De regenval, essentieel voor de bloemvorming en vruchtzetting, speelt een cruciale rol in de koffieteelt. Indonesië strekt zich uit over een adembenemende archipel met meer dan 16.056 eilanden, variërend van imposante eilanden zoals Sumatra, Java en Kalimantan tot charmante plekken zoals Bali, Lombok en de Gili-eilanden. Deze uitgestrekte archipel staat bekend als ‘s werelds grootste vruchtbare eilandstaat, mede door de vulkanische activiteit en vruchtbare bodem.

De naam “Indonesië” vindt zijn oorsprong in de Griekse woorden ‘Indos’ en ‘nesos’, wat “Indische eilandengroep” betekent. Deze naam weerspiegelt perfect de geografische realiteit van het land. Evenzo is het woord ‘koffie’ afkomstig van het Latijnse ‘Coffea’, een geslacht binnen de familie ‘Rubiaceae’, waarin de Zweedse botanicus Carl Linnaeus in 1753 de Coffea Arabica Linnaeus beschreef in zijn invloedrijke werk “Species Plantarum”.

De rijkdom van Indonesië gaat verder dan geografie en etymologie. Het land is een schatkamer van natuurlijke schoonheid en biodiversiteit en staat wereldwijd bekend om zijn koffiecultuur. Koffie, met zijn diepgewortelde culturele en economische betekenis, speelt een cruciale rol in de geschiedenis en groei van het land.

De smaakvolle erfenis van Indonesische biologische koffie

De productie van koffie in Indonesië, zowel Arabica als Robusta, is indrukwekkend. In 2020 besloeg de totale oppervlakte van koffieplantages 1,25 miljoen hectare. Met een jaarlijkse productie van ongeveer 760.200 ton in 2023 en een productiviteit van 835 kg/ha, draagt Indonesië 6,5% bij aan de wereldmarkt, wat het de vierde grootste koffieproducent ter wereld maakt.

“Wat Indonesische koffie zo bijzonder maakt, zijn de zorgvuldige teeltmethoden, het handmatige oogsten en de verwerking van de koffiebessen na de oogst, evenals de afwezigheid van schadelijke landbouwpesticiden en herbiciden vanwege de islamitische principes en waarden. Deze factoren, gecombineerd met de unieke smaken en aroma’s die van generatie op generatie worden doorgegeven, maken Indonesische koffie tot een gewilde en hoogwaardige keuze in de wereldwijde biologische koffie-industrie”.

De traditionele manier van koffiebranden in Indonesië

De traditionele manier van koffiebranden in Indonesië is een ambachtelijke kunst die al generaties lang wordt beoefend. In plaats van geavanceerde machines en industriële processen te gebruiken, geven veel lokale koffieproducenten de voorkeur aan de oude methode van handmatig roosteren boven open vuur. Elk eiland of regio, zoals Sumatra, Java, en Sulawesi, heeft zijn eigen roosterstijl die de unieke eigenschappen van zijn lokale bonen benadrukt. Deze methode staat bekend om zijn eenvoud en authenticiteit, en speelt een cruciale rol bij het creëren van de unieke smaakprofielen waar Indonesische koffie om bekend staat.

Daarnaast hebben enkele grotere koffiebranders en cafés in steden als Jakarta en Bali deze traditionele methoden aangenomen of aangepast om aan de groeiende vraag naar hoogwaardige, ambachtelijke koffie te voldoen. Zo blijven deze eeuwenoude technieken een vitaal onderdeel van de Indonesische koffiecultuur, zelfs in het moderne tijdperk.

Bij deze traditionele ambachtelijke methode worden kleine batches koffiebonen langzaam geroosterd boven een open vuur, vaak in traditionele pannen of wokken. De koffiebranders, vaak ervaren ambachtslieden, houden een zorgvuldig oog op het proces, waarbij ze de bonen constant in beweging houden en de temperatuur nauwlettend in de gaten houden. Dit vereist een combinatie van vaardigheid, ervaring en intuïtie, omdat het roosteren van de bonen op de juiste temperatuur en gedurende de juiste tijd cruciaal is voor het bereiken van de gewenste smaak en aroma, die vaak wordt geassocieerd met hoogwaardige en premium koffieproducten, waarbij de focus ligt op kwaliteit, precisie en aandacht voor detail.

Wat deze traditionele methode zo bijzonder maakt, is de nauwe interactie tussen de koffiebonen en het vuur. Het open vuur geeft een unieke warmte af aan de bonen, waardoor ze gelijkmatig kunnen roosteren en hun karakteristieke smaak ontwikkelen. Tijdens het roosterproces worden natuurlijke oliën in de bonen geactiveerd, wat resulteert in een rijkere en complexere smaak.

Daarnaast draagt de rook van het open vuur bij aan het unieke aroma van de koffie. Terwijl de bonen roosteren, vermengen de rookdeeltjes zich met de bonen, waardoor ze een subtiele rokerige ondertoon krijgen die karakteristiek is voor Indonesische koffie.

Het eindresultaat van dit ambachtelijke roosterproces is een koffie met een diepe, volle smaak en een complex aroma. Deze koffie staat bekend om zijn aardse tonen en subtiele hints van kruiden, die bijdragen aan de subtiliteit en nuance van de smaak. De kruidige tonen zijn aanwezig maar spelen niet de hoofdrol, waardoor de complexiteit en diepte van de smaakervaring worden versterkt. Deze koffie heeft tevens een milde zuurgraad en wordt wereldwijd gewaardeerd door koffieliefhebbers en culinaire fijnproevers.

Al met al speelt de traditionele manier van koffiebranden boven open vuur een essentiële rol bij het definiëren van de unieke smaak en karakter van Indonesische koffie, en draagt het bij aan de rijke koffiecultuur van het land.

Traditionele koffiezetmethoden Kopi Tubruk en Turkse koffie

Kopi Tubruk, ook wel bekend als “ongefilterde koffie” of “koffie met bezinksel”, is een traditionele Indonesische koffiedrank die door velen in Indonesië wordt gewaardeerd. Op Bali staat Kopi Tubruk bekend als “Kopi Selem” wat zwarte koffie betekent. Deze methode van koffiezetten, waarbij het koffieresidu in de drank achterblijft, is niet alleen geliefd in Indonesië maar ook in andere delen van de wereld. In Turkije staat de bereidingswijze bekend als Turkse koffie of Türk kahvesi. Het is een van de oudste en meest traditionele manieren om koffie te bereiden en blijft wereldwijd populair.

Bij deze bereidingswijze wordt de koffieboon fijngemalen tot een poederachtige consistentie. Dit poeder wordt vervolgens gemengd met heet water in een glas, beker of kan. Na menging wordt het koffiemengsel doorgaans geroerd, waarna een korte rustperiode volgt. Hierdoor zakt het koffiedik naar de bodem, waarna de koffie voorzichtig wordt geschonken zonder het koffiebezinksel mee te nemen.

Het resultaat is een krachtige, smaakvolle koffie met een rijke textuur. Doordat het koffiedik niet wordt gefilterd, heeft de koffie een voller mondgevoel en kan deze dikker zijn dan gefilterde varianten. Veel mensen waarderen juist het koffiebezinksel vanwege de intense smaak en het karakter ervan.

Een van de voordelen van deze methode is de eenvoud en kosteneffectiviteit; je hebt geen speciale apparatuur nodig. Met slechts gemalen koffie, heet water en een geschikte container kun je thuis genieten van deze traditionele bereidingswijze. Dit maakt het bijzonder populair in landen waar deze traditie is ontstaan en nog steeds wordt gewaardeerd. Kortom, zowel Kopi Tubruk als Turkse koffie bieden een unieke koffie-ervaring, gekenmerkt door een rijke smaak en volle textuur.

Kopi Tubruk – Meer dan gewoon genieten!

Tot slot willen we u aanmoedigen om Kopi Tubruk en andere traditionele koffiedranken te proberen. Op die manier kunt u de rijke geschiedenis en wereldwijde populariteit van deze dranken verder verkennen. Koffie is meer dan alleen een drankje, het is een universele taal die mensen over de hele wereld verbindt. Door traditionele koffiesmaken te ontdekken, opent u de deur naar een boeiende wereld van verschillende culturen en hun koffietradities. Laten we samen genieten van de smaken die door de tijd heen zijn gereisd en grenzen hebben overschreden, en moge elke slok een avontuur zijn, een eerbetoon aan de diverse erfenis van koffie. Laten we proosten op ontdekking, verkenning en de heerlijke aroma’s die onze smaakpapillen betoveren. Tot de volgende kop, op een reis door de fascinerende wereld van koffie!

Indonesische Biologische Koffies: Wereldwijde Erkenning, jaarlijkse Bekroning!

Er zijn meerdere Indonesische biologische koffies die internationaal erkend en bekroond zijn vanwege hun kwaliteit. Indonesië staat bekend om zijn diverse en hoogwaardige koffievariëteiten, en biologische teeltmethoden worden steeds populairder. De voortdurende kwaliteit en unieke smaak blijven jaar na jaar Wereldwijd Erkenning en Prijzen oogsten in verschillende internationale competities, gewaardeerd door diverse jury’s wereldwijd! Nieuwsgierig? Lees meer in onze blog: Internationale erkenning en bekroonde Indonesische koffiesoorten.

Verdiep u verder en duik dieper in onze koffiegeschiedenis om nog meer verrassende verhalen te ontdekken, waaronder “Wetenschappelijke literatuurbespreking over genetisch gemodificeerde onderstammen in de koffieteelt“, en nog veel meer in onze boeiende educatieve ‘Blog’

De strijd van koffieboeren voor actie!

Veel koffieboeren leven ver onder de armoedegrens, verdienen niet genoeg om waardig te kunnen leven en trekken naar de stad. Met name de verwachtingen van nieuwe generaties jongeren zullen een belangrijk aandachtspunt zijn. Deze nieuwe generaties hebben meestal niet de ambitie om het ambacht van hun familieplantages over te nemen en competenties te ontwikkelen om hun inzet te vergroten, maar zijn op zoek naar een beter leven. Ook zij hebben onze steun nodig om nu en in de toekomst te kunnen genieten van uitstekende biologische kwaliteitskoffie!

Vragen over duurzame koffie uit Indonesië

Voor meer informatie over ambachtelijk, traditionele en duurzame biologische koffiesoorten en smaken uit Indonesië, kunt u altijd contact opnemen met de Ambassade van de Republiek Indonesië in Den Haag. Telefoon: +31 70 310 81 00

Bestel jouw koffie  100% biologisch  vandaag nog!
0